Uitgebreid interview in het Diatonisch Nieuwsblad van Maart 2019

Via deze link kan je het interview in pdf bekijken en uitprinten

Als trekharmonicadocent wil hij vooral aansluiten bij wat de leerling wil. Het speelplezier staat centraal, niet de prestatie: ‘Je zit hier voor je lol’. ‘Ik ben niet van de competitie, ik ben meer een recreant’, zegt Gerard Gerritsen. Mariek Hilhorst sprak met hem in zijn woonplaats Zwanenburg.  

‘Ik ben opgegroeid in Puth-Schinnen, een klein dorpje in Zuid-Limburg. Als jongste kind van het gezin werd ik in 1961 geboren. Mijn vader was mijnwerker en zat bij de plaatselijke fanfare. Toen ik een jaar of zeven was zei hij: je kunt kiezen, bij de drumband of bij de fanfare. Ik koos de fanfare en speelde er piston, een kleine variant van de trompet. Daar maakte ik voor het eerst kennis met muziek en heb ik veel positieve ervaringen opgedaan, met name in de jeugdkapel. De fanfare zelf vond ik minder, omdat de lat erg hoog lag en ze veel stukken uit opera's speelden waar ik als kind niks mee had. Tot de middelbare school speelde die muziek een belangrijke rol in mijn leven.’

Maatschappelijk werk

‘Als arbeiderskind heb ik een klassiek patroon afgelegd. Begonnen op de lts en toen bleek dat ik meer in huis had, volgde de mts. En alsof dat niet voldoende was kon ik ook de hts gaan doen. Maar dat liep anders. Ik merkte dat ik de passie voor het vak miste die ik wel om me heen zag bij medeleerlingen. Buiten school zat ik vooral veel te praten met vrienden die thuis problemen hadden en experimenteerden met drugs. Dat was denk ik de reden dat ik ben gaan zoeken naar iets wat beter bij mij paste. Zo kwam ik uit bij de Sociale Academie, in Amsterdam. Een flinke overstap vanuit Limburg, maar een goede keuze. Ik heb er ook mijn grote liefde ontmoet. Jarenlang heb ik gewerkt als maatschappelijk werker, en sinds 2000 als zelfstandig gevestigd bedrijfsmaatschappelijk werker. In die tijd werkte ik parttime, evenals mijn partner en zorgde daarnaast voor mijn kinderen.’  

Accordeonclub

‘Toen ik een jaar of dertig was bezocht ik een vriendin die in Franse Alpen schapen hoedde. Ze speelde viool en had een vriend die trekharmonica speelde. Toen ik dat instrument hoorde dacht ik: dát ga ik doen! Ik dacht trouwens dat het een knopaccordeon was. Die vriend had wel gezegd accordéon diatonique, maar ik dacht: dat is gewoon een accordeon. Ik snap ook heel goed de verwarring die mensen hebben over ons instrument. In Amsterdam vond ik een docent en daar heb ik een jaar of vijf les gehad op een piano-accordeon. In 1994 zijn we naar Zwanenburg verhuisd en kwam ik terecht bij de plaatselijke accordeonclub. Daar ben ik in het lesgeven gerold. De voorzitter zag de club steeds grijzer worden en ik was nog jong en hij vroeg mij of ik ideeën had om nieuwe leden aan te trekken. Die had ik wel en die bleken iets te succesvol, want het gevolg was dat we na enige tijd twintig nieuwe spelers hadden. Die konden of wilden niet allemaal les krijgen van muziekschooldocenten. Dat lesgeven heb ik jaren gedaan als vrijwilligerswerk voor de club.’

Eigen website

‘In 2004 ben ik begonnen met trekharmonica spelen. Ik zat ondertussen ook bij een shantykoor en daar nam iemand op een dag een trekharmonica mee uit een erfenis. Dat instrument wilde ik weleens proberen. Ik kende toen niemand in die wereld en heb met veel moeite een trekharmonicaspeler gevonden. Die wilde zelf accordeon leren spelen en wij maakten elkaar wegwijs op onze instrumenten. Al vrij snel raakte ik verslaafd aan mijn trekharmonica, net als veel anderen, ontdekte ik later. Elk vrij uur zat ik te spelen en vergat ik alles om me heen. Dat was me nooit eerder overkomen met een muziekinstrument. Ik had niet eens les, maar leerde snel op deze manier. Het ontbrak me aan bladmuziek, dus die ben ik zelf gaan maken. Ik dacht: als ik dat niet heb dan hebben anderen dat ook niet. Zo ontstond het idee van een website. Internet stond in de kinderschoenen en degenen die daar actief waren heb ik met lood in de schoenen benaderd, want ik kwam net kijken op dit instrument. Paul van Muijen en Tjerk Knop reageerden beiden heel enthousiast en hebben mij enorm geholpen met praktische problemen bij het bouwen van mijn website. Dat was een mooie kennismaking met de trekharmonicawereld.’

 Laagdrempelig lesgeven

‘Ik was niet van plan om les te gaan geven, want ik wist dat daar veel tijd in ging zitten, maar ook nu kwam het als vanzelf op mijn pad. Mensen benaderden mij en ik had zelf ervaren hoe moeilijk het was om iemand te vinden. Die lespraktijk liep vrij snel vol. Ik weet niet of je dat moet koppelen aan mijn persoon, want op meer plekken in het land waar trekharmonicaspelers of clubs startten met les, liep dat wel vol. Het instrument nodigt daartoe uit. Uiteraard heb ik wel ideeën over lesgeven en die wijken ook wel wat af, heb ik gemerkt. Mijn uitgangspunt is: je moet aansluiten bij de leerling. Elke leerling heeft een intrinsieke motivatie. De reden waarom iemand is gaan spelen, die moet je warm houden. Dat kan betekenen dat de leerling iets wil wat een paar maten te groot is. Probeer maar, denk ik dan. Eventueel help ik om er stapjes tussen te zetten en vaak lukt dat. Die drive om dat ene lied te leren verleidt om veel te spelen. En je leert het meest van spelen. Kijk hoe een kind leert: nóg een keer, nóg een keer. En die vreugde als het lukt, die emotie, daar doe ik het voor. Ik zie het als mijn taak om mensen te verleiden om te spelen. Daar zit de meeste tijd in, om dat bij iedereen persoonlijk te vinden. Maar dat geeft uiteindelijk ook de meeste voldoening. Sinds ik een gratis cursus op internet heb staan, komen hier ook geregeld mensen die elders zijn afgehaakt. Die leren mij dat je lesdoelen ook niet te groot moet maken. Veel spelers worden al heel blij als ze een liedje kunnen spelen. Je zit hier voor je lol. Voor mij staat het plezier van zelf muziek maken centraal, niet de prestatie.’  

 Recreanten en competitiespelers

‘Jarenlang heb ik badminton gespeeld en daar heb je recreanten en competitiespelers. Ik zeg altijd: ik ben meer van de recreanten, ik speel een potje voor de lol. Ik wil wel winnen als ik op het veld sta, maar maak dat niet groter dan het is. Ik speel echt voor mijn plezier en dat geldt ook voor de meeste spelers die hier over de vloer komen. Mocht je meer van de competitie houden, prima, maar dan past wellicht een andere docent. Een specialist in een bepaalde muzieksoort ben ik niet, en optreden doe ik ook maar weinig. Zelf speel ik vooral om mijn emotie te uiten. Liefst gewoon thuis en in elk geval in een vertrouwde sfeer en in de regel zijn dat eenvoudige melodieën, met een mooie harmonielijn. Zo speel ik met een aantal spelers en zangers samen liedjes als ‘Arm Den Haag’ van Wieteke van Dort, dat is prachtig en ontroerend. Ik ben minder bezig met de techniek van het spelen, ik beheers het wel, maar daar ligt niet mijn kracht. De meeste initiatieven die hier starten zijn een wisselwerking tussen spelers en mezelf. Zo zijn er kleine samenspeelgroepjes gekomen van vijf spelers. Het is begonnen met spelers die wel iets anders wilden dan les, of naast les, maar ja wat. Nu komen ze al jaren eenmaal per zes weken bij elkaar. Inmiddels zit hier elke vrijdag een ander groepje. De kunst in deze groepjes is om echt muziek te maken met zes trekzakken die tweestemmig een deuntje spelen. Dat is mijn uitdaging.’  

Oude Hohners

‘Wat mijn favoriete instrument is? Alle merken heb ik geprobeerd, ik kocht instrumenten op Marktplaats voor een prijs waarvoor ik ze ook weer kon verkopen en ging ze dan eens op mijn gemak bespelen. Ik dacht oud te worden met een Dino Baffetti in AD-stemming. Een mooie houten kast, want ik ben net als iedereen gevoelig voor wat mode is in trekharmonicaland. Maar als ik ging spelen, pakte ik toch telkens die oude Corso in AD. Die klank, tja, leg dat maar eens uit. Ik heb drie oude Hohner Corso's in drie stemmingen en een Hlavacek om op spaarzame zondagmiddagen wat steirische walsjes te spelen. Het blijkt een thema in mijn leven dat ik graag wil zijn als anderen, en in eerste instantie gewoon meebeweeg, net als in de opleidingen bijvoorbeeld die ik volgde. Maar ergens onderweg kies ik wat echt bij mij hoort. Al doende leert men. Niet altijd makkelijk voor mezelf en mijn omgeving, maar het is zoals het is.’  

Cup of coffee from Holland

‘Veel leerlingen wisten wanneer ze thuis waren niet meer precies wat ik ze voorgedaan had, ontdekte ik. Dus besloot ik het op video op te nemen. Zo ontstond een videocursus die ik meteen wat breder had opgezet en die vanaf het eerste moment dat deze online stond een succes was. Mijn insteek was en is om niet alleen mijn leerlingen, maar ook anderen te verleiden om trekharmonica te gaan spelen, en het plezier van muziek maken te ervaren. Om die reden is deze cursus ook helemaal gratis en dat blijft hij ook. De enige kosten zijn een pdf-bundel met bladmuziek. Maar er zijn ook zat mensen die zelf de cijfers uitschrijven door goed te luisteren en te kijken. Die creativiteit kan ik wel waarderen, daar leer je een hoop van.’  

Waardering

‘Gaandeweg is de website steeds groter geworden en genereerde deze meer werk. Het moment kwam dat ik me ging afvragen of ik van de muziek zou kunnen leven. Ik begon dat spoor te verkennen door er met anderen over te praten en eigenlijk zeiden ze allemaal hetzelfde: een slot op je website en een bedrag betalen om binnen te komen. Maar dat botste met mijn wens om laagdrempelig te willen zijn. Toen kwam ik op het idee van donaties, want dat had ik bij een paar andere sites gezien. “We just got a cup of coffee from Holland”, kreeg ik bijvoorbeeld te zien toen ik zelf geld had gedoneerd aan een site die van een losse stapel pdf's een muziekbundel voor me maakte. Zo leuk! Vanaf het eerste moment dat ik dit idee via mijn nieuwsbrief verspreidde, gebeurde wat ik hoopte: spelers zijn bereid zonder veel aanmoediging om donateur te worden en blijven ook elk jaar trouw een donatie te doen. Die steun vind ik ook heel mooi omdat al deze mensen, ook anoniem, laten zien dat ze mijn werk waarderen. Daar word ik heel blij van. Zij zorgen ervoor dat ik enthousiast mijn website bijwerk, omdat ik weet dat dit gewaardeerd wordt. Het is ook ervarend leren, hoe ik op een geheel nieuwe manier mijn inkomen verwerf. Maar het klopt heel erg met hoe ik ben: ik geef liever weg dan dat ik iets krijg. Dat is mijn hele leven al zo. Maar ik besef ook dat ik daarmee bots met de heersende opvattingen over geld verdienen – ook dat is mijn hele leven al zo.’  

Ruilen en delen

‘Als mensen mij in 2004, toen ik begon met trekharmonica spelen, hadden voorspeld dat ik daar ooit van zou leven had ik dat nooit geloofd. Maar er is ondertussen ook wel het een en ander veranderd. Internet heeft een enorme vlucht genomen en dankzij dit medium is niet alleen mijn leven veranderd. Het sluit heel mooi aan bij een ontwikkeling die al lang geleden ingezet is bij ons in huis. Toen ik zoals iedereen fulltime ging werken na mijn studie dacht ik al snel: waarom doe ik dit, ik ben elke avond moe en dat geld heb ik niet nodig. Ik deed weer eens zonder nadenken wat iedereen om me heen deed; na twee jaar ben ik parttime gaan werken. En door de jaren heen ben ik steeds minder gaan werken en mijn vriendin idem dito. Hoe we dit doen, wordt ons vaak gevraagd? Ik ben voor de deeleconomie, ruilen en delen. We ruilen bijvoorbeeld boeken en puzzels. En twee dagen per week werk ik in de buurtmoestuin. Er komt zo veel groente van die tuin af, dat kunnen we niet eens verwerken dus dat delen we ook weer. Als je er oog voor hebt hoeven de meeste dingen in het leven niet veel te kosten. We vermaken ons prima zo.’  

Tekst en foto’s: Mariek Hilhorst Dit interview werd gepubliceerd in Diatonisch Nieuwsblad 132, maart 2019 Link website Diatonisch Nieuwsblad

 

 

Artikelen die aansluiten bij dit onderwerp: